Waarschuwing: Voor een betere ervaring op nolensplein.nl schakel je Javascript in je browser in. Klik hier voor hulp.


  Plaats advertentie
   
  Help en Info
 
   
  Verwijderlink opvragen
  Advertentie omhoogplaatsen?
 
   
  Inloggen
  Favorieten
  Afgelopen 24 uur
 
   
  Antiek en kunst
  Audio, Tv en Foto
  Auto - Banden en Velgen
  Auto diversen
  Auto-onderdelen
  Auto's
  Boeken
  Caravans en Kamperen
  Cd's en Dvd's
  Computers hardware
  Computers software
  Contacten en Berichten
  Dating
  Dieren en Toebehoren
  Diversen
  Doe-het-zelf en Verbouw
  Fietsen en Brommers
  Hobby en Vrije tijd
  Huis en Inrichting
  Kinderen en Baby's
  Kleding en Schoenen
  Klussen
  Motoren
  Muziek en Instrumenten
  Sieraden en Tassen
  Spelcomputers, Games
  Sport en Fitness
  Telecommunicatie
  Tickets en Kaartjes
  Tuin en Terras
  Vacatures
  Vakantie
  Vastelaovend
  Verzamelen
  Watersport en Boten
  Witgoed en Apparatuur
  Woningen te huur
  Zakelijke goederen
   
 



Jac bongaerts 1977 lichtlaboratorium eindhoven philips
ce8432aa265ed5b7f266d4ef927b6c5c.jpg
9222c181e48cdc244ee849893c3c1d33.jpg
4c33b381c5365f90298462fadd27af11.jpg
13a206616806e46d50f72dd833bb8bd9.jpg
9897eb149b4b9217effc9f69d2b343f3.jpg
Beschrijving
Jac bongaerts 1977 lichtlaboratorium eindhoven philips
tummers cremers
pul oeles van jac bongaerts tegelen
mooi verzamelaarsstuk
bewust niet gepoetst.
conditie gebruikt met gebruikssporen
krakileevorming, maar ja meer als 40 jaar oud.
oordeel zelf
mooi verzamelaarstuk
verzenden 7,25 euro en risico kk.
afhalen kan natuurlijk ook.
zie ook mijn andere jac bongaerts aanbiedingen,
voor combi verzending
bieden vanaf afhaalprijs 7,50 euro
.
Activiteiten
MRI-scanner
In 2015 realiseerde Philips een totale omzet van 24 miljard euro, waarvan ruim 7 miljard euro afkomstig van Philips Lighting. Dit laatste onderdeel is afgesplitst en naar de beurs gebracht. Bij het bedrijf werkten in 2015 ruim 100.000 mensen. Philips geeft per jaar zo'n 7,5% van de omzet uit aan R&D.
Gerard Kleisterlee verlegde de hoofdaandacht van Philips zich naar een bedrijf waar leefstijl en gezondheid centraal stonden. Dit leidde tot de verkoop van de divisies Halfgeleiders en Componenten. In 2016 is vervolgens eerst Philips Lighting en vervolgens Lumileds verkocht. Philips is onderverdeeld in:
Philips Healthcare is gericht op het ontwikkelen van oplossingen op basis van de behoeften van zorgteams en patiënten.
Philips Medical Systems is actief in de markt voor diagnostische apparatuur. Het is in deze markt een belangrijke speler, samen met Siemens en General Electric. Er zijn fabrieken in Nederland, Brazilië, China, Duitsland, Finland, India, Israël en de Verenigde Staten.
Philips Consumer Lifestyle richt zich op wensen van consumenten over de gehele wereld, met als doel om hun gezondheid en welzijn te verbeteren.
Philips is Europa's grootste producent van consumentenelektronica en behoort tot de grootste drie spelers op wereldniveau, na Panasonic (1) en Sony (2). De divisie heeft verkoop- en service­organisaties in 50 landen en fabrieken in België, Frankrijk, Hongarije, Mexico, Argentinië, Brazilië, India en China.
Huishoudelijke apparaten (Domestic Appliances and Personal Care (DAP)) produceert producten voor persoonlijke verzorging en huishoudelijke apparaten. Het hoofdkantoor van deze divisie bevond zich enige tijd in Groningen en daarna vijf jaar lang in Amersfoort. Sinds januari 2007 is het hoofdkantoor van Philips DAP gehuisvest in Amsterdam (IJ-Toren). Er zijn fabrieken in Nederland, Oostenrijk, Polen, Engeland, de Verenigde Staten, Brazilië, India, China en Singapore.
Innovation, Group & Services
Deze kleinste divisie is de bron van technologische innovatie binnen Philips, met onder andere Philips Research. Hier zijn ook de personeelsleden ondergebracht die niet aan de afzonderlijke divisies zijn toe te rekenen. Er werkten in 2015 ruim 14.000 mensen
Philips Lighting is op 27 mei 2016 naar de beurs gegaan. Philips bracht een klein deel van de aandelen naar de beurs met de intentie het resterende belang later van de hand te doen. Philips Lighting is wereldwijd marktleider op het gebied van (led)verlichting, en richt zich op verlichting in de openbare ruimte, voor bedrijven en voor consumenten
Philips was vele decennia een van de grootste gloeilampenfabrikanten ter wereld. Daarnaast werden ook andere lichtbronnen geproduceerd, zoals tl-buizen, spaarlampen, en in toenemende mate ledverlichting.
Geschiedenis
Polygoon-journaal over het zestigjarig bestaan van Philips in 1951
Kooldraad-gloeilamp
Beginjaren[bewerken]
In 1891 richtte Gerard Philips samen met zijn vader Frederik Philips de firma Philips & Co op.[2] Het bedrijf werd niet in hun woonplaats Zaltbommel, maar in Eindhoven gevestigd. In deze plaats was een leegstaand bedrijfspand beschikbaar. De eerste producten waren gloeilampen, waarvan het Eerste Gloeilampenfabriekje nog getuigt. Dit is nu een museum. Oorspronkelijk was Philips een eenvoudige assemblagefabriek voor kooldraadlampen. Gerard Philips was vooral in onderzoek geïnteresseerd en legde de basis voor het Philips' Natuurkundig Laboratorium (NatLab) waarvan de opvolger, de High Tech Campus, zich nog steeds in Eindhoven bevindt. Met de komst van Gerards broer Anton Philips, in 1895, werd de leiding van het bedrijf aangevuld met een zakenman die in staat was om de onderneming te doen groeien. In 1899 werd Anton medefirmant van het bedrijf.[2] In 1907 werd de NV Philips' Metaalgloeilampenfabriek te Eindhoven opgericht, gevolgd in 1912 door de oprichting van de NV Philips' Gloeilampenfabrieken, waarvan Gerard en Anton Philips de eerste directeuren waren.
Verticale
Eerste Philipsfabriek
Zie Hoofdindustriegroep voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Technologisch is de komst van de wolfraamdraadlamp van belang. Geleidelijk werden de diverse Nederlandse gloeilampenfabrieken opgekocht, terwijl ook toeleveranciers afhankelijk van het bedrijf werden gemaakt en vervolgens eveneens opgekocht werden. Deze verticale integratie zou kenmerkend worden voor Philips, maar het maakte het bedrijf ook complex. Het leidde tot eigen glasfabrieken, golfkartonfabrieken, machinefabrieken en Philitefabrieken (Philite was de merknaam die Philips gebruikte voor zijn bakeliet).
Machinefabrieken[bewerken]
Filmprojector
In 1908 werd een voormalige weverij van de Gebr. Schellens opgekocht en tot machinefabriek ingericht. Hier maakte Philips in eigen beheer productiemachines voor gloeilampen. Keuze voor zelfbouw kwam onder meer voort uit behoefte aan geheimhouding. Omstreeks 1920 ontstond een gereedschapsmakerij, waarvoor echter te weinig vakmensen voorhanden waren. Deze werden aanvankelijk betrokken uit Duitsland en Midden-Europa. De gereedschappen waren nodig omdat de productie van radiotoestellen veel metalen onderdelen eiste. In 1928 werd een eigen vakopleiding gestart, het Jongens Nijverheids Onderwijs (JNO), later Primaire Beroepsopleiding (PBO) of Philips Bedrijfsschool geheten. In 1948 startte de apparatenbouw, oorspronkelijk ten behoeve van de productie van bioscoopprojectoren voor de HIG (Hoofdindustriegroep) ELA. Later werd een zeer grote verscheidenheid aan apparaten gebouwd, tot cyclotrons aan toe. In 1961 werd een vestiging in Almelo geopend, en in 1970 werd de Machinefabriek te Alkmaar aan de organisatie toegevoegd.
Metaalwarenfabriek
De metaalwarenfabriek (PMF) produceerde sedert 1918 radio-onderdelen en sedert 1927 radiotoestellen. Omstreeks 1925 werd de massaproductie van de benodigde metaalwaren een onderdeel van de apparatenfabriek. In 1946 werd het een onderdeel van de HIG Apparaten, in 1957 onderdeel van de HIG RGT.
Glasfabriek[bewerken]
De eerste eigen Glasfabriek van Philips werd in 1916 in gebruik gesteld op het terrein Strijp-S. Deze werd gestart omdat het concern van aanvoer van grondstoffen verzekerd wilde zijn tijdens de Eerste Wereldoorlog. Het glas werd gebruikt voor de ballonnen van gloeilampen, waar zeer veel glasblazers voor nodig waren. Later werden deze processen gemechaniseerd en werden de activiteiten uitgebreid met, onder meer, beeldbuizen. De fabriek is begin jaren 60 van de 20e eeuw gesloopt. Glas voor gloeilampen werd voortaan in de Lommelse vestiging vervaardigd, waar ook de ballons machinaal werden gemaakt. Daarnaast had Philips over de hele wereld verspreid veel glasfabrieken ten behoeve van de lampenproductie. Glas voor tl-buizen werd in Roosendaal gefabriceerd. Het persglas werd gefabriceerd in Eindhoven, Aken, Simonstone, São Paulo en Taiwan. De persglasfabriek Eindhoven werd uiteindelijk verplaatst naar Winschoten maar was op dat moment eigenlijk al overbodig geworden.
Ten behoeve van de glasovens had Philips ook een fabriek op het terrein die vuurvaste stenen maakte.
Philitefabriek
Het gebruik van kunststoffen betrof in eerste instantie thermohardende kunststoffen, met name bakeliet, dat bij Philips Philite heette. Dit moest worden geperst en werd daarbij door onomkeerbare processen zeer hard. In 1923 startte de productie op kleine schaal, ten behoeve van hulzen voor elektronenbuizen, later voor tal van toepassingen zoals behuizingen, knoppen enzovoort. In 1926 kwam er een afzonderlijke fabriek, in 1929 werd een nieuwe fabriek gebouwd waar in 1938 circa 450 mensen werkten. Hiermee begaf Philips zich op het terrein van de procesindustrie. In 1952 werd een nieuwe perspoederfabriek geopend. De belangrijkste grondstof, fenol, werd van de Staatsmijnen betrokken. Er werkten toen 1100 mensen in de Philitefabriek. De fabricage van thermoplasten, die rond die tijd opkwamen, is door Philips nimmer ter hand genomen; wel bezat men in een vroeg stadium (1951) al een grote spuitgieterij. Kunststoffen op basis van ureum en melamine werden daar toegepast. De Philitefabrieken maakten ook producten voor derden, zelfs wc-brillen werden er gemaakt. Een deel van de activiteiten van de Philitefabriek werd in 1957 naar Uden verplaatst en in 1961 naar Hasselt. In 1962 bouwde men tevens een Philitefabriek te Lommel. In 1972 sloot de Eindhovense Philitefabriek. Tegenwoordig heeft Philips geen Philitefabrieken meer.
Papier- en golfkartonfabriek
In 1919 startte Philips de productie van golfkarton voor de verpakking van gloeilampen. Sinds 1926 werd ook grijs papier vervaardigd, grondstof voor golfkarton. Golfkarton werd ook aan derden geleverd. In 1950 werd een nieuwe, moderne, golfkartonmachine in gebruik genomen en in 1952 kwam deze in een nieuwe fabriek te staan. In 1957 werd opnieuw een grijspapierfabriek geopend. Voorts kwam toen een samenwerking met Emba tot stand, waarbij Movi te Rotterdam als een joint venture werd opgericht. Met het Britse papierconcern Bowater werd eveneens een samenwerking aangegaan wat leidde tot de bouw, in 1960 van Bowater Philips te Gent. Deze fabriek werd in 1970 door brand verwoest waarna plannen van Movi om in Etten-Leur een fabriek te bouwen versneld werden uitgevoerd. Deze fabriek bestaat nog steeds maar heet inmiddels na de nodige overnames Smurfit Kappa Elcorr. De fabriek van Movi in Rotterdam is in de jaren 80 gesloten. Uiteindelijk werd de grijspapierfabricage uitbesteed bij de Papierfabriek Roermond en in 1974 werd de Philips papierfabriek gesloten. Voor golfkarton werd in 1980 samen met Emba het verkoopkantoor Empee opgezet, waar in 1982 de bedrijven in Etten-Leur en Eindhoven bij werden ondergebracht. In 1988 werd de Philips Bowaterfabriek te Gent verkocht aan het Zweedse SCA Packaging, en het Philips aandeel in Empee werd overgenomen door Assi en Bührmann-Tetterode. Hiermee kwam een einde aan de papier- en kartonactiviteiten van Philips.
Gasfabriek[bewerken]
De gasfabriek splitste lucht in bestanddelen als argon, neon, krypton, xenon, zuurstof en stikstof. Het argon werd gebruikt om lampen te vullen, nadat in 1915 was ontdekt dat de gloeidraad van een met dit gas gevulde lamp veel langer meeging. De gasfabriek werd gebouwd als reactie op het Duitse verbod op export van argon, in het kader van de Eerste Wereldoorlog. In 1919 functioneerde deze fabriek op het complex Strijp-S reeds. Andere gassen werden gebruikt als hulpstof. De fabriek was onderdeel van de groep Licht. De machines waren van het Duitse fabricaat Linde Eismaschinen. Na de Tweede Wereldoorlog verscheen een moderne fabriek op het complex Beatrixkanaal. Deze werd in 1989 verkocht aan Air Liquide. De fabriek is inmiddels gesloten.
Horizontale integratie
Philishave
Mede gedreven door de activiteiten van de wetenschappelijke onderzoekers was de horizontale integratie nog veel belangrijker voor het bedrijf. Zo leidde de kennis op het gebied van glas en metalen, nodig voor de vervaardiging van gloeilampen, in de jaren 20 van de 20e eeuw ook tot expertise op het terrein van radiolampen, later radiobuizen of elektronenbuizen genoemd. Dit leidde niet alleen tot de productie van radio's, inclusief alle onderdelen daarvan, maar ook tot experimenten met televisietoestellen en oscilloscopen, die al plaatsvonden in de jaren 30 van de 20e eeuw. De proefnemingen met röntgenbuizen vormden de aanzet van wat later Philips Medical Systems zou heten, en experimenten met de hoogtezon voerden naar de farmaceutische producten, zoals die door het latere Philips-Duphar zouden worden vervaardigd.
Met name tijdens de jaren 20 van de 20e eeuw breidde Philips zich snel uit, en er verschenen markante nieuwe gebouwen, zoals de Lichttoren in 1920, de Witte Dame, het voormalig hoofdkantoor (nu: 'De Admirant') uit 1929 en het 27 ha grote complex Strijp-1 (later Strijp-S genaamd), met onder meer de Hoge Rug.
In 1930 werd de eerste Nederlandse Philipsfabriek buiten Eindhoven geopend, en wel te Oss. De tot dan toe aanwezige vestigingen kwamen voort uit overnames van bijvoorbeeld gloeilampenfabrieken.
In 1939 kwam Philips met het eerste elektrische Philips-scheerapparaat (de Philishave) waardoor ook kleine huishoudelijke apparaten tot het assortiment gingen behoren. Daarnaast leidde de materiaalkundige expertise tot nieuwe ontwikkelingen, zoals het gebruik van ferriet, dat in vele toepassingen een rol zou gaan spelen.
Sociale dimensie[
Media afspelen
Huizenbouw in 1948 begeleid door Philips
De mensen die Philips nodig had kwamen van heinde en verre. Velen waren afkomstig uit Drenthe, Overijssel, en Gelderland. De Philips Woningbouwvereniging Hertog Hendrik van Lotharingen bouwde huizen in wijken als Philipsdorp en Drents Dorp, er kwamen Philips-scholen, een Philipsbibliotheek, een Philips-ontspanningscentrum en een Philips Sport Vereniging, waaruit ook de bekende PSV-voetbalploeg voortkwam. De Philips Bedrijfsschool had een goede naam: hier werd vakmanschap bijgebracht. Verder was er de Etos, ofwel de Philips-kruidenier. Ook werden er parken aangelegd en een villapark voor het hoger Philips-personeel. Bijzonder was het Philips-van der Willigenfonds dat kinderen van Philips-medewerkers in staat stelde om een universitaire studie te volgen, zonder dat er de verplichting tegenover stond om bij het bedrijf te komen werken, hoewel een baan bij Philips bijna zekerheid voor het leven bood.
Dit alles had natuurlijk een keerzijde. Het paternalistische bedrijf was alomtegenwoordig en Philips is Eindhoven en Eindhoven is Philips was een veelgehoorde kreet, die socialistisch ingestelde 'oproerkraaiers' zich ter harte moesten nemen. Daarnaast had ook de meer romantisch of conservatief ingestelde mens grote moeite met de opkomst van het technologisch hoogontwikkelde bedrijf, getuige titels als De grote Voltige en Het donkere licht van Antoon Coolen. Bij de pastoors speelde ongetwijfeld ook angst voor het verlies aan invloed mee, mede door de komst van grote aantallen (protestantse) noorderlingen.
Daarnaast verloor ook de oorspronkelijke fabrieksmatige bedrijvigheid, zoals de textiel- en sigarenindustrie, aan invloed. Deze bood veelal laaggeschoolde arbeid met navenante lonen.
Oorlog en wederopbouw
De Tweede Wereldoorlog bracht bombardementen met zich mee, hoewel het grootste deel van de Philips-fabrieken vrijwel ongehavend uit de strijd kwam. Het bedrijf kon ook buiten Nederland blijven functioneren, dankzij buitenlandse vestigingen.
De tijd van de Wederopbouw ging gepaard met ongekende groei, waarbij Philips in Eindhoven vooral in westelijke richting uitbreidde met onder meer de complexen R en T te Strijp.
In 1946 werden in Nederland nieuwe productiebedrijven geopend in Sittard, Roermond en Zwolle. De jaren daarop volgden er nog vele andere Philips-vestigingen. Vele vestigingen verschenen door geheel Nederland, en deze groeiden soms uit tot grote fabrieken waar duizenden mensen werkten.
Naast fabricage van gloeilampen en radiotoestellen — vanouds de standaardproducten — ging Philips zich vanaf het begin van de jaren 50 van de vorige eeuw ook toeleggen op de productie van kortegolfcommunicatieapparatuur ten behoeve van de lucht- en scheepvaart. De apparatuur van die tijd kenmerkte zich door het gebruik van radiobuizen — de transistor stond nog in de kinderschoenen — en stond voor wat betreft betrouwbaarheid op een zeer hoog peil. Philips was een enorm kenniscentrum op het gebied van elektronenbuizen en was onder andere uitvinder van de pentode. Kortegolfcommunicatieapparatuur als de BX925 en de 8R0 501 waren jarenlang standaardfaciliteiten aan boord van koopvaardij- en marineschepen en natuurlijk ook bij diverse walinstallaties van de overheid (Scheveningen Radio, land- en luchtmacht en marine). Ook werd medio jaren 50 de productie van televisietoestellen een steeds belangrijker activiteit.
Spreiding van werkgelegenheid en gebruikmaking van nieuwe reservoirs aan arbeidskrachten speelde een grote rol. Ook in België, waar reeds een vestiging in Leuven bestond, werden nieuwe fabrieken geopend, zoals te Hasselt en Turnhout. Geleidelijk aan ging men de productie ook naar het buitenland overbrengen, terwijl men het tekort aan arbeidskrachten verder moest opvangen door gastarbeiders, met name Spanjaarden, in dienst te nemen.
Soms leed het bedrijf echter aan een remmende voorsprong, want ondertussen was in 1947 de transistor uitgevonden en op deze ontwikkeling sprong men nogal laat in, aangezien Philips specifieke kennis had van elektronenbuizen.
Geleidelijk begon ook de concurrentie uit Japan zich te doen gelden, zoals door het in de jaren 50 op de markt brengen van transistorradio's van het toen nog onbekende merk Sony. Philips bracht als eerste in 1963 de Compact cassette op de markt, die zeer succesvol was.
De concurrentiestrijd met Japan leidde eind jaren 70/begin jaren 80 zelfs tot een soort video-oorlog. De poging een standaard te vestigen voor videobanden, het Video 2000-systeem, was echter niet succesvol vanwege de concurrentie met de Betamax- en VHS-systemen.
De kentering[bewerken]
Philips groeide verder door, met in het topjaar 1974 ca. 412.000 medewerkers, waarvan 91.000 in Nederland, maar het Nederlandse personeelsbestand was - met in 1970 98.000 mensen in dienst - toen al over zijn hoogtepunt heen. In Eindhoven verschoven activiteiten van productie naar Onderzoek & Ontwikkeling en er kwamen meer en meer kantoor- en managementfuncties. Na 1975 zette zich wereldwijd een daling van het personeelsbestand in. Door toenemende Europese, en later mondiale concurrentie moesten de kosten omlaag; dit gebeurde door in grotere productie-eenheden te produceren.
De achterstand op het terrein van halfgeleiders trachtte men in te halen via kennisuitwisseling met de Bell-laboratoria van AT&T en later met het peperdure megachip-project. Overigens heeft Philips een succesvolle niche-markt gevonden in de fabricage van specialistische chips, waarbij de massafabricage van standaardchips aan goedkope firma's uit andere landen werd overgelaten, zoals Zuid-Korea en Taiwan.
Ook op het gebied van computers was er sprake van een achterstand. De mainframecomputer beloofde zeer belangrijk te worden, vooral voor administratieve toepassingen, maar Philips heeft hierin, ondanks de investering van grote sommen geld in Philips Data Systems, nooit enig marktaandeel van betekenis weten te behalen.
De in die jaren gehoorde uitdrukking Philips kan niet failliet, refererend aan de zekerheid van overheidssteun, leek een niet te miskennen voorteken. Het bedrijf was door de horizontale en verticale integratie, maar ook door de verregaande autonomie van de vele buitenlandse Philips-ondernemingen, bijna onbestuurbaar geworden. Men sprak in dit kader van een matrixorganisatie. Andere voortekenen van een kentering kwamen uit de Verenigde Staten, naarwaar veel technologische kennis van Europa uitweek, omdat daar het door de overheid gefinancierde Apollo-project op zijn einde liep. De exodus was de voorbode van een massale werkloosheid, ook onder technici. Ondertussen werd er bij Philips nogal eens aan hobbyisme gedaan, waarvan de research aan de stirlingmotor een goed, maar duur voorbeeld was.
Inkrimping en consolidatie
Automatisering, rationalisering, concentratie op hoofdactiviteiten, samenvoeging van productie-eenheden en verplaatsing van productie naar lagelonenlanden kondigden zich aan. Toen Henk van Riemsdijk in 1977 aftrad als bestuursvoorzitter, betekende dat de facto het einde van de invloed van de familie Philips en het begin van een minder paternalistische lijn. Dit proces zette medio jaren 70 al in met verplichte arbeidstijdverkorting, terwijl vanaf 1980 ook massaontslagen volgden. Daar kwam bij dat zich tegelijkertijd ook in andere arbeidsintensieve bedrijfstakken, zoals de kunstvezelindustrie en de scheepsbouw, soortgelijke ontwikkelingen voltrokken. Op dat moment bezat Philips wereldwijd 500 fabrieken. In 1982 was het personeelsbestand wereldwijd al teruggelopen van 360.000 tot 336.000 en verdere bezuinigingsoperaties volgden.
Evoluon
De belangrijkste daarvan werd Operatie Centurion tussen 1990 en 1996, geïnitieerd door Jan Timmer. Een groot deel van de Philips-vestigingen werd in het kader van deze operatie afgebouwd en vrijwel alle Philips-activiteiten in Eindhoven werden beëindigd, verplaatst, of verzelfstandigd. De zogenaamde sterfhuisbedrijfsconstructie werd ingevoerd waarbij het moederbedrijf zo min mogelijk schade opliep als een zelfstandige productie-eenheid werd afgestoten. De aanzienlijke spin-off aan bedrijven die dankzij Philips in de regio Eindhoven waren gevestigd, zorgde ervoor dat het vertrek van Philips niet tot een catastrofe leidde. Een veelheid aan technologisch hoogwaardige bedrijven, waarvan ASML het grootste is, is deels in de plaats gekomen van Philips-activiteiten. Ook Philips Medical Systems, in het nabijgelegen Best, is nog een belangrijke Philips-activiteit. Eind jaren 90 werd het hoofdkantoor van Eindhoven verplaatst naar Amsterdam. Slechts Philips Lighting en Philips Research bleven in Eindhoven. Ook het Evoluon, nog niet zo lang daarvoor het visitekaartje van Philips voor Eindhoven en de wereld, werd in 1989 gesloten als techniekmuseum voor het algemene publiek.
Senseo koffiezetapparaat
Internationaal is Philips zich steeds meer gaan oriënteren op consumentenproducten die zich onderscheiden door een opvallend design. Het Senseo-koffieapparaat (2001) en de Ambilight-televisie (2004) zijn goede voorbeelden. Op de binnenlandse markt sloegen deze wel aan maar opnieuw bleef internationale doorbraak uit. De divisies Componenten en Halfgeleiders werden verkocht. Zo werd in 2006 de halfgeleiderdivisie verzelfstandigd als NXP. Tegelijkertijd werd aangekondigd dat het woord "Electronics" uit de bedrijfsnaam zou verdwijnen.
In 2006 had het bedrijf wereldwijd in meer dan 60 landen 121.732 werknemers in dienst. De researchafdeling, Philips Research, is tegenwoordig gevestigd op de High Tech Campus te Eindhoven, op het terrein van het vroegere Philips Natuurkundig Laboratorium.
Lumiled led
Philips Lighting ging zich in versnelde mate richten op energiezuinige verlichtingstechniek, waarbij vooral ledtechnologie de aandacht kreeg. Het concernonderdeel voerde hier een agressievere politiek dan de concurrenten Osram en General Electric. Zo werd er gestreefd naar voorwaartse integratie, waarbij niet alleen lampen, maar ook armaturen werden geleverd. In dit verband voerde Philips een politiek van gerichte overnames. Zo kocht Philips in 2005 het bedrijf Lumileds, een fabrikant van ledverlichting. In 2007 werden 5 bedrijven overgenomen: Partners in Lighting dat armaturen voor huishoudens maakt, TIR Systems en Color Kinetics die in ledverlichting actief zijn, Lighting Technologies dat bioscooplampen maakt. In 2008 heeft Philips het Amerikaanse bedrijf Genlyte overgenomen, dat verlichtingsarmaturen voor bedrijven maakt en marktleider is op de Noord-Amerikaanse markt.
Op medisch gebied volgde de overname van Respironics, dat apparatuur tegen slaapapneu vervaardigt. Hiermee was een bedrag van 3,6 miljard euro gemoeid, de grootste overname die Philips ooit heeft gedaan. In 2009 nam Philips de Italiaanse koffiemachinefabrikant Saeco over.
Eind 2010 had Philips 119.000 medewerkers in dienst, in oktober 2011 werd bekend dat Philips 4500 medewerkers wereldwijd laat uitstromen, waarvan 1400 in Nederland (10% van de 14.000 medewerkers).
In 2012 sloot Philips een joint venture met het Chinese TPV Technology onder de naam TP Vision voor het ontwerp, en de productie, distributie, marketing en verkoop van Philips-televisies met uitzondering van China, India, de Verenigde Staten, Canada, Mexico en enkele landen in Zuid-Amerika.
In december 2012 zijn Philips en zes andere elektronicabedrijven schuldig bevonden aan kartelvorming.[3] Consumenten en producenten die hun beeldbuizen bij de karteldeelnemers kochten zijn gedupeerd.[3] De zeven kregen een gezamenlijke boete van 1,47 miljard euro van de Europese Commissie[3] waarvan het aandeel van Philips 313 miljoen euro was en ruim 391 miljoen samen met LG Electronics. In 2001 richtte Philips samen met LG Electronics een joint-venture op waarin de TV activiteiten werden ondergebracht. Deze joint-venture ging vijf jaar later failliet.[3]
In januari 2013 kondigde Philips de verkoop aan van haar Lifestyle Entertainment groep, bestaande uit de onderdelen Audio, Video, Multimedia en Accessories.[4] De beoogde koper was het Japanse bedrijf Funai Electric Co. Dit bedrijf zou naast een licentievergoeding ook € 150 miljoen voor de activiteiten betalen. De producten zouden onder de Philips-merknaam verkocht blijven worden. Eind 2013 is deze transactie afgeketst. In 2014 is een nieuwe overeenkomst gesloten met het Amerikaanse Gibson Guitar Corporation. Dit onderdeel telt circa 2000 werknemers.
In september 2014 meldde Philips, nu nog met drie divisies, dat het zou splitsen in twee aparte bedrijven.[5] De Consumer Lifestyle-divisie gaat op in de Healthcare-divisie en gaat verder als HealthTech.[5] De Lighting-divisie zou een aparte juridische structuur krijgen, en dit zou dan de eerste stap zijn tot een splitsing, waarbij andere aandeelhouders kunnen toetreden tot deze divisie.[5] Zou deze organisatie in 2013 al hebben bestaan, dan had HealthTech een omzet gerealiseerd van € 15 miljard en Lighting € 7 miljard.[5]
In maart 2015 kondigde Philips aan 80,1% van de onderdelen Lumileds en Automotive Lighting voor bijna 3 miljard euro te verkopen aan de Chinees-Amerikaanse investeerder Go Scale Capital.[6] Bij deze twee onderdelen werkten in totaal ruim 8.000 mensen. In Frankrijk, Duitsland, Polen en China wordt autoverlichting gemaakt en in Californië, Maleisië en Singapore worden led-chips geproduceerd. Toestemming van toezichthouders was noodzakelijk voor de transactie en in januari 2016 werd bekend dat de verkoop niet zou doorgaan na bezwaren van het Committee on Foreign Investment in the United States (CFIUS), de Amerikaanse commissie voor buitenlandse investeringen.[7] In december 2016 vond Philips een nieuwe koper voor Lumileds.[8] De Amerikaanse investeerder Apollo Global Management betaalt ongeveer 1,4 miljard euro voor 80,1% van de aandelen.[8] Philips behoudt het minderheidsbelang voor een periode van tenminste drie jaar. Het bedrijf telt 9000 werknemers en had in 2015 een omzet van 2 miljard dollar. De verkoop wordt in de eerste helft van 2017 afgerond.
Philips had in september 2014 bekendgemaakt de lichtdivisie te gaan afsplitsen.[9] De onderneming denkt hierbij aan een verkoop aan private-equitypartijen of een beursgang. Diverse partijen hebben interesse getoond, maar de biedingen bleven onder de gewenste prijs.[9] In mei 2016 besloot Philips de lichtdivisie naar de beurs te brengen. Met een jaaromzet van 7,4 miljard euro wordt Philips Lighting een van de grotere beursbedrijven op Euronext Amsterdam.[9] Philips brengt in eerste instantie een kwart van alle aandelen naar de beurs en vrijdag 27 mei was de eerste handelsdag.[10] De introductiekoers was 20 euro per aandeel en de emissie leverde Philips 750 miljoen euro op.[11] In februari 2017 verkocht Philips nog eens 26 miljoen aandelen Philips Lighting voor een bedrag van 608 miljoen euro.[12] Door de verkoop daalde het belang van Philips in Philips Lighting van 71,2% naar ongeveer 55%.[12] Na twee verkopen van aandelen houdt Philips sinds april 2017 een minderheidsbelang in Philips Lighting.
Lijst van vroegere en huidige Philips-vestigingen
Zie ook Lijst van alle Philips-vestigingen
Zie ook Lijst van Philips-vestigingen in Noord-Nederland
Vóór 1940 had Philips slechts vestigingen in een beperkt aantal plaatsen, maar na de Tweede Wereldoorlog nam het aantal vestigingen sterk toe. In Eindhoven werden de mensen al van heinde en verre aangevoerd met het VIPRE-busnetwerk (Vervoer Industrieel Personeel Regio Eindhoven). In de hoogtijdagen ging het om honderden bussen met het overstapstation op de kruising Beukenlaan/Schootsestraat. Hier konden de mensen overstappen op bussen die hen naar de gewenste Eindhovense locatie brachten. Om aan personeel te komen, en om de werkgelegenheid in de regio te verbeteren, stichtte Philips vele vestigingen buiten Eindhoven. Hier kwam bij dat Philips ook veel bedrijven overnam, die elk soms ook weer een aantal vestigingen hadden. Vanaf 1980 ging het echter bergafwaarts met vele van deze vestigingen. Philips stootte vele bedrijven af en sloot ook een groot aantal vestigingen in de regio, wat ook ernstige sociale gevolgen kon hebben voor streken die toch al niet bedeeld waren met veel werkgelegenheid. Dit proces van concentratie en stroomlijning is nog aan de gang.
bron wikipedia
 

       

Advertentie gegevens !
Naam p. Curvers
E-mail adverteerder Reageer
Tip Tip Nolensplein.nl
  Willekeurige volgende in Verzamelen
   
Meer van deze gebruiker Anderen bekeken ook


 
 
Copyright © 2004-2022 nolensplein.nl | Privacy verklaring | Algemene voorwaarden | Adverteren | Pagina gegenereerd in 0.0165 seconden.